praktische informatie:

Wat neem je mee op een korte of lange zeiltocht? 

 Afhankelijk van het weer:

  • Zonnebrandcrème en indien gewenst: zonnebril.
  • Petje of muts.
  • Bij warm weer en veel zon: kleding die verbranden voorkomt (het gaat snel op het water), b.v. shirt met lange mouwen, lange broek.
  • Warme en waterdichte kleding, b.v. zeilkleding en daarbij ook een waterdichte broek. Bij sommige websites (b.v. bij Decathlon) heb je voor weinig geld een prima broek voor zo eens een dagje op het water. Warme kleding krijg je bijvoorbeeld door je in “laagjes” te kleden, b.v. een paar shirts over elkaar en dan een trui. Maar alleen bij koud weer.
  • Soepele schoenen met een buigzame zool en antislip, die tegen een beetje water kunnen. S.v.p. geen zwarte zool of heel harde zool vanwege de strepen of krassen die ze kunnen afgeven. En liever geen zand aan de zool, ook vanwege de krassen. B.v. zeilschoenen of tennisschoenen. En als het hard door blijft regenen: laarzen. En let op: geen blote voeten of slippers; echt niet.
  • Soepele handschoenen (zeilhandschoenen) bij koud weer.
  • Bij koud en nat weer: een sjaal of handdoekje om de nek, tegen water wat in je kraag kan druppelen 🙁  brrr.
  • Voor brildragers: een doekje voor het poetsen als het regent, misschien een sportbril.
  • Lang haar liever niet los, zodat het niet in een lier of blok kan komen.

Voor meerdaagse tochten:

  • Voor langere tochten is het verstandig om goede zeilkleding mee te nemen; in ieder geval een hoge zeilbroek en zeiljas. Die hoeft niet per se gevoerd te zijn; dat doe je met die “laagjes”. Bij ons is extra zeilkleding, m.n. de zeilbroeken, beschikbaar, maar geef het s.v.p. even aan.
  • Extra droge sokken (“just in case)”.
  • Extra droge broek en trui, en droge schoenen.
  • Shirtjes om laagjes te maken, zeker bij ’s nachts varen; dan kan het koud zijn.
  • Als je er gevoelig voor bent: zeeziektepillen, b.v. cinnarizine o.i.d.
  • Mocht je medicijnen gebruiken of mogelijk beperkingen hebben: meld het vooraf aan de schipper of de zeilschool.
  • Natuurlijk: slaapzak, kussen, en oplader voor de telefoon 🙂

Er zijn reddingsvesten en veiligheidsgordels aan boord. En een goede kachel om de boel weer warm en droog te stoken. En genoeg water om bij warm weer de boel goed nat te houden van binnen.

Stappenplan voor het hijsen van het grootzeil op een kajuitzeiljacht: uitgebreide versie:

  • Zoek een goede plek met ruimte, niet te veel verkeer, geen vrachtverkeer.
  • Liefst wat in de luwte en mogelijkheid om aan/ in de wind te varen.
  • Bemanning klaar.
  • Lierhandel gereed.
  • Motor aan.
  • Controleren of het grootzeil vrij is, goed aangeslagen, en of de smeerrepen vrij zijn.
  • Giekneerhouder loos geven.
  • Wagen van de grootschoot midden op de overloop zetten.
  • Aan de wind gaan varen, en (met wat meer) wind en golven: in de wind varen.
  • Zeilbandjes, lazy jacks of lazy bag los(ser) maken en indien van toepassing: grootzeilval gereed maken / van de mast halen.
  • Zo nodig bij golfslag of zeegang beetje motor bij zodat boot net beetje gang heeft; niet te veel, want dat geeft veel meer geklapper.
  • Vaart is zichtbaar aan de bubbeltjes in het water.
  • Zeil grotendeels handmatig hijsen, zo nodig met hulp aan de mast.
  • Let bij hijsen erop dat het zeil niet blijft steken achter de lazy jacks.
  • Als het zwaar gaat: niet stug doorhijsen, maar kijken waarom het niet wil.
  • Grootschoot uit de klem halen en zeil loos geven.
  • Grootzeilval 4 slagen om de lier, in de selftailing.
  • Grootzeil strak hijsen met de lier, te zien aan het voorlijk van het zeil.
  • Zo nodig controleren aan de mast, met de hand op het voorlijk.
  • Kraanlijn loos geven (ca. 15 cm lijn). Zodat giek altijd omhoog gehouden blijft. Dit naast de giekophouder die ook zijn werk doet.
  • Controleren of grootzeil goed staat; door goed naar de bolling van het zeil te kijken: geen plooien, voorlijk mag iets killen als genua er bij komt.
  • Zo nodig, bij verwachte voor de wind koers: de bulletalie alvast aanslaan voor de veiligheid.
  • Motor uit. Iedereen in de kuip.
  • Lijnen opruimen / spaghetti klaren door lijnen op te schieten. Geen knopen erin, omdat weer snel los moet kunnen.
  • Graag geven we hier vanuit Zeilschool Witte Waaier les in.

Stappenplan manoeuvreren op de motor in de haven

Stappenplan om eenvoudig te leren manoeuvreren met een zeiljacht op de motor in de haven. Eerste stappenplan: gebruik lijnen/ touwen, gebruikmaken van de wind, en aankomen aan een steiger.

  • Bekijk de boot goed op een foto of tekening. Wat voor kiel heeft de boot? Een smalle diepe of een lange kiel? Idem voor het roer: een smal diep roer? En zit de schroef voor of achter het roer? Een smalle diepe kiel betekent een kleine draaicirkel. De schroef vlak voor een groot roer betekent veel roereffect met de motor aan. Een saildrive betekent meestal weinig schroefeffect. Een dubbel roer betekent meestal weinig roereffect en wel schroefeffect.
  • Leer eerst goed met de lijnen/ touwen te werken. Vooral: 4 knopen kennen, en goed leren gooien met de lijnen.
  • De 4 knopen: mastworp (voor de stootwillen vast en los maken), achtje of stopperknoop (voor achter op de lijn), belegknoop om de lijn op een kikker te zetten, en mogelijk de paalsteek (b.v. voor het bevestigen van de genuaschoot aan de genua).
  • Leer goed gooien met een lijn, vanaf het schip naar een bolder of kikker op de kant. Het is echt goed haalbaar om in 80% van de gevallen raak te gooien vanaf ca. 2 m. Dan kan je gewoon vanaf de boot je werk doen.
  • Hiervoor neem je 3 of 4 slagen in elke hand. De lijn zit aan de ene kant aan het schip vast, en aan de andere kant houd je het uiteinde met je pink vast. Houd de handen ca. halve meter uit elkaar. Zet de voeten tegen de reling, en houd het touw over de reling. En dan beetje zwaaien/zwiepen met de lus van het touw en dan gooien met de handen breed uit elkaar, zodat de lus breed genoeg is.
  • Vaar af en leg eerst de boot aan de wind. Kijk hoe het schip reageert op de wind. Meestal draait vrij snel de neus van het schip weg. Zie hoe snel dat ongeveer gaat.
  • Leg nu het schip met de kont aan de wind. Zie dat het schip vrij stabiel ligt en niet veel draait.
  • Vaar nu op de motor rondjes, linksom en rechtsom, en kijk naar de draaicirkel van de boot. Hoe groot is die cirkel? B.v. een scheepslengte? Of meer? Als de boot linksom beter draait dan rechtsom heeft de boot een linksdraaiende schroef, en vice versa.
  • Doe dat vooruit varend en achteruit varend. Hoe reageert de boot?
  • Een linksdraaiende schroef betekent dat de boot achteruit varend wat naar rechts, naar stuurboord trekt. En vice versa.
  • Vaar nu naar een hoger wal. Dat is een steiger waar de wind vandaan waait.
  • Vaar daar rustig heen, tot op ca. 1 of 2 meter, en leg het schip parallel stil aan de steiger. Zie wat de wind met het schip doet: de neus waait vrij snel weg.
  • Doe hetzelfde achteruit varend.
  • En nu met een langswal waarbij de wind parallel aan de steiger waait. Vaar tegen de wind in. En achteruit tegen de wind in.
  • Breng voldoende stootwillen/ fenders aan: minimaal 3 per kant, en gebruik de mastworp.
  • Kijk van te voren even goed hoe hoog de stootwillen moeten hangen. Bij een drijvende steiger: vlak boven het water, en anders 20 cm hoger.
  • Vaar nu met een schuine hoek aan op de hoger wal of langswal en leg het schip stil vlak langs de steiger. Er moet een eitje tussen kunnen. Dit ook achteruit doen.
  • Vaar rustig. Hoe minder het waait hoe rustiger, en als het hard waait wat meer vaart. Houd rekening met de wind.
  • En nu: doe hetzelfde en gooi een voor- en een achterlijn vanaf het schip over de bolder, en beleg de lijn met een belegknoop op de kikker van het schip. Dit ook achteruit doen, tegen de wind in varend.
  • Wegvaren van hoger wal: gewoon het schip laten wegwaaien van de steiger.
  • Langswal: leg het schip parallel aan de steiger op ca. 2 m. Breng min. 3 stootwillen aan, en laat het schip langzaam tegen de steiger aanblazen.
  • Voor een goede les hierin: neem contact op met Zeilschool Witte Waaier. We leren het je graag.

Onze partners: